i-Learn terminologie

Binnen het i-Learn project goochelen wij met heel wat termen. In onderstaand lexicon hebben we geprobeerd om onze terminologie zo eenvoudig mogelijk uit te leggen. We beperken ons hier tot een definitie van de termen zoals wij ze gebruiken binnen het project en hebben dus niet de bedoeling om een wetenschappelijke definitie te formuleren.

Aanbieder van een educatief product: Een aanbieder van een educatief product is elk (al dan niet commercieel) bedrijf dat materiaal ontwikkelt dat in een onderwijscontext ingezet kan worden. Bij i-Learn gaat het dan specifiek over ontwikkelaars van oefenplatformen, educatieve toepassingen (cf. Educatieve toepassing of tool) en uitgeverijen met een digitaal aanbod. Bij ons ligt de nadruk dus op het digitale aspect.

Aanbieder van professionalisering: Met i-Learn ontwikkelen we niet alleen een online portaal, maar voorzien we ook de nodige training en coaching van leerkrachten voor het gebruik ervan. Deze opleiding en begeleiding van leerkrachten zal in handen zijn van navormingsinstituten, pedagogische begeleidingsdiensten, lerarenopleidingen, enz. Deze opleidingsverstrekkers noemen wij aanbieders van professionalisering.

Adaptiviteit: Adaptiviteit verwijst naar het aanpassingsvermogen van een educatieve toepassing of digitale leeromgeving. De aanpassing kan gebeuren op basis van vaste parameters (bv. leeftijd of leerjaar van de leerling) of baseert zich op het leergedrag. Als de leerling complexe oefeningen fout maakt, dan wordt er bijvoorbeeld een extra instructiefilmpje getoond en komt er een reeks basisoefeningen aan bod.

Authoring tool: Een authoring tool is software waarmee je eigen, interactieve (e-learning) materialen kan creëren met behulp van foto’s, tekst, video’s, animaties, audio en voorgeprogrammeerde modules.

BYOD: BYOD staat voor Bring Your Own Device, waarbij leerlingen of leerkrachten hun eigen smartphone, laptop en/of tablet meebrengen om te gebruiken tijdens de les.

Co-creatietraject: Binnen het i-Learn project leggen we de nadruk op co-creatie: we willen samen met het onderwijsveld een zo goed mogelijk portaal ontwikkelen dat beantwoordt aan de noden van scholen en leerkrachten. In januari 2020 werden 12 scholen geselecteerd om pilootschool (cf. Pilootschool) te worden. Deze pilootscholen werken nauw samen met de didactische experts binnen het i-Learn team om actuele leernoden (cf. Leernood) in kaart te brengen en input te geven over de inhoud en de opbouw van het portaal. Zo helpen ze mee om didactische scenario’s (cf. Didactisch scenario) te creëren en geven ze input over hun verwachtingen naar professionalisering (cf. Professionaliseringstraject) toe. Dit samenwerkingsverband noemen we binnen i-Learn het co-creatietraject.

Co-piloot: In de eerste fase van het project (mei 2020-maart 2021) werkten we met co-piloten. Dit zijn individuen – werkzaam in een onderwijscontext en met een passie voor onderwijs – die actief in dialoog willen gaan met het i-Learn team over de koers en de producten van het i-Learn project. Co-piloten engageren zich om minstens 3 keer per jaar bij elkaar te komen tijdens co-pilootsessies om een kritische blik te werpen op de ontwikkelde producten (portaal, didactische scenario’s, professionaliseringsformats, enz.). De eerste co-piloten stelden zich kandidaat in mei 2020. Dit traject is ondertussen ten einde.

Didactische ondersteuning: De didactische ondersteuning in het i-Learn project helpt leerkrachten om hun leerlingen een gepersonaliseerde leerervaring te bieden, met behulp van het i-Learn portaal (cf. Online portaal). De leerkracht kan er terecht voor informatie over digitaal gepersonaliseerd leren (cf. Digitaal gepersonaliseerd leren), de architectuur van het portaal en de principes die eraan ten grondslag liggen, de tools die erin zijn opgenomen en de voorbeeldleersporen (cf. Leerspoor) die zijn voorzien. Er worden handvatten gegeven om het portaal en de beschikbare tools in te zetten op maat van de eigen context. In de prototypefase hanteerden we de term ‘didactisch scenario’ (cf. Didactisch scenario) voor de didactische ondersteuning bij de leersporen.

Didactisch scenario: Een didactisch scenario biedt ondersteuning bij het zinvol inzetten van educatieve tools. Het bestaat uit verschillende bouwstenen die de leerkracht op weg helpen. Allereerst wordt duidelijk gedefinieerd wat de beoogde leerdoelen zijn en voor welke doelgroepen de bijhorende leersporen (cf. Leerspoor) bedoeld zijn. Het scenario biedt de leerkracht vervolgens een overzicht aan van de beschikbare educatieve tools met verantwoording van de keuze voor deze specifieke toepassingen (cf. Educatieve toepassing of tool). Ook de didactische omkadering voor het gebruik van de leersporen in de eigen klascontext komt aan bod. En tot slot krijgt de leerkracht enkele tips en tricks aangereikt zodat hij of zij zelf aan de slag kan gaan met de personalisatie van de leersporen. Omdat we hebben opgemerkt dat de term ‘didactisch scenario’ verwarring creëert, hebben we besloten om vanaf nu te verwijzen naar didactische ondersteuning (cf. Didactische ondersteuning) .

Digitaal gepersonaliseerd leren: Digitaal gepersonaliseerd leren is een vorm van leren die plaatsvindt in een digitale leeromgeving die zich aanpast aan de leerling waardoor de leeractiviteiten (cf. Leeractiviteit) op maat van de leerling zijn. Een voorbeeld hiervan is een toepassing voor het oefenen van Engelse grammatica die de oefeningen automatisch aanpast naargelang de leerling meer of minder fouten maakt. Er kan ook gedifferentieerd worden op basis van onder meer leerstijl, interesse, motivatie en voorkennis. Het doel is om het leerproces van leerlingen individueel of in groep te optimaliseren.

EdTech: EdTech is de afkorting van Educational Technology. De term educatieve technologie of onderwijstechnologie verwijst naar alle technologische hulpmiddelen die gebruikt kunnen worden in het onderwijs.

Educatieve toepassing of tool: Bij i-Learn verstaan we onder een educatieve toepassing een tool die digitale inhoud en/of digitale oefeningen bevat, of een toepassing die toelaat aan de gebruiker om zelf interactieve content te creëren (cf. Authoring tool). Het gaat hier dus steeds om digitale toepassingen.

i-Learn Academy: Het i-Learn project voorziet ook een ondersteuningsaanbod voor leerkrachten en scholen. Dit aanbod wordt aangeboden via een online omgeving die i-Learn Academy genoemd wordt.

i-Learn MyWay: Het i-Learn project staat in voor de ontwikkeling van een online portaal dat de naam i-Learn MyWay draagt. De naam verwijst naar de focus van i-Learn, namelijk digitaal leren op maat van de leerling.

i-Learn school: Een i-Learn school is een school die in haar lessen aan de slag gaat met het i-Learn portaal (cf. Online portaal). Meer informatie over hoe je i-Learn school kan worden vind je op onze infopagina.

Implementatiefase: Binnen het i-Learn project voorzien we verschillende momenten waarop scholen aan de slag gaan met het online portaal (cf. Online portaal) in hun lessen. Deze momenten noemen wij implementatiefases. De eerste implementatiefase vindt plaats in september 2020, wanneer onze 12 pilootscholen (cf. Pilootschool) voor het eerst aan de slag gaan met het prototype van het portaal (cf. Prototype van het portaal).

Infosessie: Vanaf april 2021 worden er infosessies georganiseerd. Scholen die geïnteresseerd zijn om i-Learn school te worden, kunnen hieraan deelnemen. Tijdens deze sessie geven we de nodige informatie over i-Learn en wat het inhoudt om i-Learn school te worden.

Learning analytics: Onder learning analytics verstaan we het verzamelen en analyseren van data over leerlingen en hun leerproces. Deze data kunnen manueel of automatisch verwerkt worden. Ofwel gebruikt de leerkracht de gegevens uit het learning analytics dashboard om de les zelf aan te passen aan het niveau van de leerlingen (manuele verwerking). Ofwel gebeurt de verwerking geautomatiseerd, met behulp van computeralgoritmes en artificial intelligence (automatische verwerking). In dit laatste geval past de digitale tool automatisch het niveau van de oefeningen aan aan het niveau van de leerling (cf. Adaptiviteit).

Leeractiviteit: Een leeractiviteit is een onderdeel van een leerspoor (cf. Leerspoor) en kan gebruikmaken van een educatieve toepassing (cf. Educatieve toepassing of tool). Leeractiviteiten worden aangemaakt door leerkrachten en uitgevoerd door leerlingen. Een voorbeeld hiervan: in een leerspoor over de accusatief in het Duits wordt de leerling in de eerste plaats wegwijs gemaakt in de leerstof aan de hand van enkele concrete voorbeelden in een authentieke context. Daarna wordt de regel aangebracht met een instructiefilmpje en worden oefeningen voorzien. De leeractiviteiten leiden tot een duidelijk leerdoel (cf. Leerdoel), namelijk een goede beheersing van het gebruik van de accusatief in het Duits.

Leerdoel: Een leerdoel geeft aan welke kennis, vaardigheden, attitudes en/of competenties een leerling moet verwerven tijdens zijn of haar leerspoor (cf. Leerspoor), bijvoorbeeld leren om zelfstandig een staartdeling te maken.

Leernood: Wanneer we in dit project spreken over een leernood, hebben we het over de specifieke vraag van scholen waarop i-Learn een antwoord kan bieden. Zo kan de school op zoek zijn naar bv. remediërende oefeningen Frans voor de tweede graad secundair onderwijs, naar ondersteuning van anderstalige instromers in het lager onderwijs, of naar een leerlijn rond computationele vaardigheden voor de eerste graad secundair onderwijs.

Leerspoor: Een leerspoor bestaat uit één of meerdere leeractiviteiten (cf. Leeractiviteit) en is aangepast aan het niveau, de leerstijl of de motivatie van de leerling(en). Een leerspoor bestaat nooit op zichzelf en heeft steeds parallelle varianten, met eenzelfde start- en eindpunt. Het traject tussen beginsituatie en te bereiken leerdoel verschilt per leerling of leerlingengroep. De personalisatie kan zowel in de opbouw van het leerspoor zitten als in de leeractiviteiten (cf. Leeractiviteit) en de tools waar ze naartoe leiden. Bijvoorbeeld: voor computationeel denken krijgen de leerlingen met en zonder voorkennis een verschillend leerspoor. De leerlingen zonder voorkennis starten met een uitgebreide instructiecomponent, terwijl de leerlingen die de basisconcepten van het programmeren al onder de knie hebben sneller overgaan naar de toepassingen. Zij kunnen de theorie opfrissen wanneer ze dat zelf nodig vinden. Afhankelijk van hoe snel ze door het leerspoor gaan, kunnen er meer geavanceerde oefeningen worden aangeboden.

Online portaal: Met online portaal bedoelen we binnen i-Learn een webtoepassing die dient als toegangspoort tot een verzameling educatieve toepassingen (cf. Educatieve toepassing of tool).

Pilootschool: Een pilootschool is een school die in januari 2020 geselecteerd werd om actief mee te werken aan de ontwikkeling van het i-Learn portaal (cf. Online portaal). Pilootscholen hebben een kernteam afgevaardigd dat nauw samenwerkt met de didactische experts binnen het i-Learn team om actuele leernoden (cf. Leernood) in kaart te brengen en input te geven over de inhoud en de opbouw van het portaal. De pilootscholen testen ook het prototype van het portaal (cf. Prototype van het portaal) uit in hun klassen gedurende het schooljaar 2020-2021. Het i-Learn project kan rekenen op de medewerking van 12 pilootscholen.

Professionaliseringsformat: Onder professionaliseringsformats verstaan we alle vormen van professionalisering die door i-Learn worden aangeboden aan leerkrachten, in de vorm van 1-op-1 sessies, webinars, handleidingen, intervisies, enz., ter ondersteuning bij het gebruik van het portaal. i-Learn voorziet zowel in opleiding als in begeleiding van leerkrachten bij het gebruiken van het online portaal (cf. Online portaal).

Professionaliseringstraject: i-Learn biedt aan leerkrachten de mogelijkheid om een (al dan niet op maat gemaakt) professionaliseringstraject te volgen. Dit traject is samengesteld uit verschillende professionaliseringsformats (cf. Professionaliseringsformat) die als doel hebben de leerkracht te ondersteunen bij het gebruik van het i-Learn portaal. Zo kan bijvoorbeeld dankzij webinars en intervisiemomenten uitgelegd worden hoe een leerkracht best aan de slag gaat met het i-Learn portaal in een bepaalde lessituatie.

Prototype rollout: Tijdens de rollout van het prototype wordt het prototype van het i-Learn portaal (cf. Prototype van het portaal) uitgebreid getest en geëvalueerd door de pilootscholen (cf. Pilootschool). De ontwikkeling van het prototype is in april 2020 van start gegaan. Het zal actief gebruikt en geëvalueerd worden door de pilootscholen tijdens het schooljaar 2020-2021.

Prototype van het portaal: Het prototype van het portaal is de eerste testversie van het i-Learn portaal. Het prototype zal slechts een beperkt aantal educatieve toepassingen (cf. Educatieve toepassing of tool) bevatten zodat er optimaal getest kan worden tijdens het schooljaar 2020-2021. Het prototype zal eveneens als basis dienen voor de eerste didactische scenario’s (cf. Didactisch scenario) en de uitwerking van de professionaliseringsformats (cf. Professionaliseringsformat) voor leerkrachten. Op basis van de bevindingen tijdens de rollout van het prototype (cf. Prototype rollout) zullen we het definitieve portaal vormgeven.

Voorbereidingstraject: Wanneer scholen zich kandidaat stellen om in hun lessen met het i-Learn portaal (cf. Online portaal) aan de slag te gaan, dienen ze eerst een voorbereidingstraject te doorlopen. In dit traject krijgen ze opleiding en begeleiding zodat ze optimaal met het i-Learn portaal leren werken. Na afloop van het voorbereidingstraject start de implementatiefase (cf. Implementatiefase). Pilootscholen (cf. Pilootschool) doorlopen in plaats van een voorbereidingstraject een co-creatietraject (cf. Co-creatietraject).