Hoe staan Vlaamse leerkrachten tegenover digitaal gepersonaliseerd leren?

08 oktober 2020

Heel wat leerkrachten maken al gebruik van digitale leermiddelen in de klas, maar binnen i-Learn gaan we nog een stapje verder. We willen digitaal gepersonaliseerd leren mogelijk maken voor alle leerlingen. Vaak klinkt de – overigens terechte – kritiek dat leerkrachten bij onderwijsvernieuwingen te weinig gehoord worden. Nochtans zijn het de leerkrachten die aan de slag moeten gaan met de nieuwe tools. Binnen het i-Learn project zetten we dan ook volop in op co-creatie met het onderwijsveld: we luisteren actief naar de wensen en de noden van leerkrachten in het lager en secundair onderwijs.

Dit deden we onder meer door in het najaar van 2019 focusgesprekken te organiseren (de resultaten daarvan lees je hier). Begin 2020 pakten we het dan weer breder aan: we stuurden een online vragenlijst de onderwijswereld in. Er vulden in totaal 309 leerkrachten (lager en secundair onderwijs) de bevraging tot het einde in. Ze vormden een representatieve weergave van de populatie van Vlaamse leerkrachten, zowel qua geslacht en leeftijd als op het vlak van ervaring. Misschien heb jij toen ook wel deelgenomen?

Om ervoor te zorgen dat het i-Learn portaal wel voldoet aan de wensen en noden van onze Vlaamse leerkrachten, vroegen we in onze bevraging wat de actuele noden zijn omtrent digitaal gepersonaliseerd leren. Hoe staan leerkrachten tegenover deze vorm van leren? Welke aspecten van het portaal en de educatieve toepassingen zien zij als relevant? Wat zijn mogelijke valkuilen?

In deze blogpost gaan we dieper in op de resultaten van deze grootschalige bevraging over digitaal gepersonaliseerd leren in het lager en secundair onderwijs. De bevraging bestond uit zeven delen, die we als leidraad zullen nemen voor dit blogbericht:

  • software en hardware
  • digitaal gepersonaliseerd leren in verschillende situaties
  • voorkeuren en barrières bij implementatie
  • voorkeuren bij personalisatie
  • voorkeuren bij samenwerking
  • voorkeuren bij dashboards
  • ondersteuningswensen bij implementatie

Noot: onze bevraging werd voortijdig stopgezet toen de coronacrisis uitbrak en de scholen gesloten werden. Deze resultaten geven dus de situatie weer vóór corona.

Software en hardware

Aan de hand van enkele gerichte vragen probeerden we het softwaregebruik van leerkrachten in kaart te brengen. Uit de resultaten blijkt dat learning management systems (i.e. software om de voortgang van een leerling te tracken en leerinhouden aan te bieden), presentatietools en online leeromgevingen vandaag het meest gebruikt worden.

De bevraagde leerkrachten geven aan enthousiast te zijn om in de toekomst nog meer software te gebruiken in hun lessen. Zo is er een grote interesse voor authoring tools (i.e. software die de leerkracht helpt om de leercontent aan te passen aan de specifieke noden), e-portfolio’s (i.e. persoonlijk, digitaal dossier waarin de leerling taken kan verzamelen, ordenen en bijhouden), platforms waarop leerlingen testen en/of examens kunnen afleggen en software ter ondersteuning van blended learning (i.e. een combinatie van contactonderwijs en online leren).

Over het algemeen blijkt uit de bevraging dat leerkrachten vooral voldoende keuzemogelijkheid willen hebben op het vlak van software. We zien over het algemeen een nood aan voldoende keuzemogelijkheden voor verschillende soorten software. Dit is zeker en vast goed nieuws voor i-Learn, omdat we beogen om een zo breed mogelijk aanbod aan educatieve tools te voorzien. Daarnaast geven de leerkrachten aan dat deze software best ook multicompatibel is met verschillende soorten hardware. Zo blijkt uit de resultaten dat de participanten dagelijks Chromebooks, laptops, desktops en smartboards gebruiken.

Gebruik digitaal gepersonaliseerd leren in verschillende situaties

Voor welke leerlingen is digitaal gepersonaliseerd leren gewenst?

Leerkrachten zetten in de eerste plaats digitaal gepersonaliseerd leren in voor alle leerlingen. Daarbij aansluitend gebruiken ze digitaal gepersonaliseerde tools momenteel ook voor specifieke doelgroepen zoals leerlingen met leerproblemen en snel lerenden. Naar de toekomst toe willen de participanten graag inzetten op een ruimere variëteit aan doelgroepen: bijvoorbeeld anderstalige of langdurig zieke leerlingen.

 

Voor welke sleutelcompetenties kan digitaal gepersonaliseerd leren interessant zijn?

Wanneer we de vraag stelden waarvoor leerkrachten momenteel gebruikmaken van digitale gepersonaliseerde toepassingen, bleken ze vooral in te zetten op:

  1. digitale competenties en mediawijsheid
  2. competenties voor wiskunde, exacte wetenschappen en technologie
  3. competenties voor Nederlands

Als we dan peilden naar welke sleutelcompetenties ze in de toekomst nog meer willen inzetten, met behulp van digitaal gepersonaliseerd leren, dan is het antwoord simpel: alle sleutelcompetenties (met uitzondering van juridische sleutelcompetenties) zijn voor leerkrachten interessant om verder op te focussen.

 

Voor welke activiteiten kan digitaal gepersonaliseerd leren een meerwaarde zijn?

Leerkrachten zetten momenteel digitaal gepersonaliseerd leren in om leerinhouden te oefenen, gepersonaliseerde voorbereidingen te maken en vooruitgang te volgen. In de toekomst zouden leerkrachten graag meer willen inzetten op individuele instructie, tempo en evaluatie.

Voorwaarden en barrières

Het gebruik van digitaal gepersonaliseerd leren kent volgens de bevraagde leerkrachten ook enkele voorwaarden. Zo vinden ze het noodzakelijk dat er voldoende technische en didactische kennis omtrent technologie is. Daarnaast zien ze ook beschikbaarheid van technische infrastructuur als belangrijk. Vervolgens zien we ook dat gebruiksvriendelijkheid, toegankelijkheid en veiligheid van de digitale toepassingen gegarandeerd moet worden. Ten slotte geven leerkrachten ook aan dat een veelvoorkomende barrière de hoge kost van hardware en/of software is.

Voorkeuren bij personalisatie

Digitaal gepersonaliseerde tools passen zich aan, op maat van de leerling. Deze adaptiviteit kan echter op verschillende niveaus plaatsvinden:

  1. Wat wordt aangepast?
  2. Hoe wordt iets aangepast?
  3. Op basis waarvan dienen aanpassingen te gebeuren (i.e. eigenschappen leerling)?

Wat betreft de eerste categorie geven leerkrachten aan vooral geïnteresseerd te zijn in aanpassingen van de moeilijkheidsgraad en de hoeveelheid oefeningen. Maar bijvoorbeeld ook aanpassingen qua aard van de feedback en mate van instructie kunnen hen bekoren. Voor de wijze waarop iets aangepast kan worden zijn er verschillende aanpassingsmethoden: zo kan een tool de controle geven aan de leerling en/of aan de leerkracht. In het algemeen zien we dat leerkrachten controlemogelijkheden voor zichzelf belangrijker vinden, al neemt dat niet weg dat ze bijvoorbeeld ook controle over aanpassing in begeleiding, evaluatie en instructiemogelijkheden van belang vinden voor de leerlingen. Tot slot zien we in de resultaten van de bevraging dat leerkrachten de aanpassingen op basis van de eigenschappen van een leerling erg breed zien. Ze willen niet enkel inzetten op cognitieve eigenschappen (vb. leerling maakt veel of weinig fouten), maar ook op affectieve en meta-cognitieve eigenschappen (vb. motivatie, planning, zelfevaluatie,…).

Voorkeuren bij samenwerkingsmogelijkheden

Af en toe wordt digitaal gepersonaliseerd leren ook ingezet om leerlingen te laten samenwerken. Uit onze bevraging komt naar voren dat feedback geven op elkaars werk en samen oefeningen oplossen een positieve invloed hebben op het leerproces en het welbevinden van de leerling. Online communiceren blijkt een minder grote nood te zijn.

Voorkeuren bij dashboards

Gepersonaliseerde tools kunnen dashboards bevatten met verschillende functies. De bevraagde leerkrachten willen op de teacher dashboards vooral functies zien om het leerproces op te volgen zoals informatie over behaalde leerdoelen, voortgangsoverzichten van oefeningen en taken, en behaalde resultaten. Op het vlak van student dashboards geven de participanten aan dat leerlingen het meeste baat hebben bij feedbackfuncties zoals een analyse van gemaakte fouten en een feedbacksysteem. Daarnaast lijken functies om te plannen en een overzichtsfunctie die info geeft over gemaakte oefeningen en/of resultaten, ook belangrijk.

Ondersteuning bij implementatie

Uit onze bevraging blijkt duidelijk dat ondersteuning essentieel is en dat er ook echt nood aan is bij ons doelpubliek. Het gaat hier niet enkel om hulp bij het gebruik van digitale toepassingen, maar anderzijds ook om ondersteuning bij technische en didactische valkuilen die leerkrachten ervaren. Zo blijkt dat er leerkrachten zijn die graag zelfredzaam willen zijn en problemen zelf willen oplossen aan de hand van filmpjes en handleidingen. Daarnaast zijn er evenwel leerkrachten die graag beroep doen op een online aanspreekpunt of een telefonische helpdesk. Uit de bevraging blijkt ook dat slechts weinig leerkrachten deelnemen aan bijscholingen over digitaal gepersonaliseerd leren of technologie in het algemeen. Dit zien we alvast als een opportuniteit om met i-Learn in de toekomst op in te zetten. Professionalisering maakt namelijk essentieel deel uit van ons project.

Conclusie

i-Learn is volop bezig met de ontwikkeling van het portaal en heeft daarbij zeker al enkele stappen in de juiste richting gezet. Met deze antwoorden kunnen we verder bouwen aan een portaal dat voor leerkrachten écht iets kan betekenen. In de toekomst willen we graag verder verschillende stemmen uit het onderwijsveld betrekken, want alleen zo heeft i-Learn kans op slagen.